Dr. Jazzdag

Hot Dogs met Jabbo Smith 001
Hot Dogs met Jabbo Smith

Verslag Doctor Jazz Dag 102

Yeah Man

Dat je achterbuurman onwillekeurig zit mee te neuriën met het nummer Copenhagen, zoals de Basin Street Jazzband dat vertolkt, ja, dat is misschien niet zo abnormaal. Dat Lotus Blossom iets dergelijks overkomt, dat is al vreemder. En dat op een ander moment op een andere plek in de zaal bij een ander nummer van een andere band (Can I Tell You door de Limehouse Jazzband) een andere buurman zelfs een complete trompetbreak meebromt, dat kan maar één ding betekenen. U bent verzeild geraakt op de 102de editie van de Doctor Jazz Dag.

Op papier zag het programma er wellicht niet zeer gevarieerd uit. Drie orkesten in dixieformaat en een kleine big band. Doch iedere formatie bleek een eigen formule te hebben. De goeie ouwe Hot Dogs van trompettist Marc van Nus spelen een soort compacte hoteljazz anno 1925. Want je moet er niet op rekenen dat al die dansbandjes van die Jazz Age swingden als de neten. Met hotte solisten die de ene na de andere briljante improvisatie uit de mouwen schudden. De Dogs kleuren niet buiten de lijntjes. Ze zijn ook niet te porren voor frivole uitstapjes. Way Down Yonder In New Orleans wordt niet gespeeld volgens de opvatting van de Dutch Swing College Band anno 1954, maar zoals het hoort, zoals klarinettist George Lewis het ooit vastgelegd heeft. Klaar.

De Limehouse Jazzband en de Green River Jass Band (let op de essen en de zets, zetter!) kun je als tegenpolen van de Hot Dogs beschouwen. De Limehouse omdat ze geopteerd hebben voor de formule van de vroege big bands en de Rotterdammers van Green River omdat het daar in hoge mate draait om de kwaliteiten van Bob Wulffers als trompettist en zanger. Wulffers (Swingcopators; Ted Easton, Willie Ashman; Pall Mall), we zullen daar geen doekjes om winden, is zo’n beetje Nederlands beste crooner. Hij kiest louter pareltjes – Blue And Brokenhearted; I’ll See You In My Dreams; My Baby Don’t Mean Maybe Now – en is niet bang, de falsetregionen te betreden. Dat hij in het niet minder wonderbaarlijke Am I Blue zingt: “Was I gay? I wasn’t until today” is misschien een oude mop, maar daarom niet minder grappig.

Wulffers viel ook op in de collectieven, waar zijn gestopte geluid die fraaie ronde kwaliteit had van ‘n Muggsy Spanier. Als hij een open solo blaast kwam hij dan weer in de buurt van ieders idool en inspiratiebron Louis Armstrong. Daarbij paste de band hem als een handschoen. Dat mag ook wel, na 52 (!) jaar. Want de Green River trad in Wageningen vrijwel intact aan, in de originele bezetting. In Peter de Klerk hebben ze zo’n lekkere ouderwetse altist, met een mooi vol glanzend geluid. Anders dan je wellicht uit de opstelling trompet-trombone-rieten-ritme zou verwachtten, bleek de GRJB sterk orkestraal georiënteerd. Frequent omlijstten en ondersteunden effectieve collectiefjes de solo’s. I’ll See You In My Dreams kreeg reliëf met een kittige stride solo van pianist Herman Wirtz. Helemaal niet verkeerd, die Rotterdammers.

Dat de piano ontstemd was, deerde de rags van de Basin Street Jazzband allerminst. Nu zullen Scott Joplin en zijn maten een gestemde vleugel beslist geprefereerd hebben boven een meubel waarvan de vochtigheidsgraad op peil werd gehouden door er met enige regelmaat glazen bier in te kieperen. Maar toch, zo’n vals exemplaar associëren we nu eenmaal met de oertijd. De Basin Streeters waren het sterkst in dit oerrepertoire, waartoe ook de mars Unter Dem Doppeladler, anno 1891, gerekend kon worden.

De volgende keer, 16 april 2016, is het Everts beurt voor een rondje.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s